De gemeente Ootmarsum: van middeleeuws stadswigbold tot onderdeel van Dinkelland
Geschiedenis

De gemeente Ootmarsum: van middeleeuws stadswigbold tot onderdeel van Dinkelland

24 maart 20263 min leestijd
R

Redactie UitInOotmarsum

Auteur

Ootmarsum is een van de oudste stadjes van Twente. Wie door de smalle straatjes wandelt, voelt het verleden aan alle kanten.

Vanouds: drost, magistraat en richter

Lang voor er sprake was van gemeenten zoals wij die kennen, was Overijssel verdeeld in drie drostambten. Twente viel onder het drostambt Twente, dat bestond uit stadsgerichten en richterambten. Bestuur en rechtspraak lagen in een hand: de drost, de magistraat of de richter bepaalden het lot van de inwoners. Vanuit Ootmarsum bestuurde de magistraat het omliggende gebied, het zogenoemde stadswigbold.

Napoleon brengt de gemeente: 1811

Na de annexatie van Nederland in 1810 voerde Napoleon Bonaparte vergaande moderniseringsmaatregelen door: de Code Napoleon, vaste achternamen, het kadaster en een nieuwe staatkundige indeling. In 1811 werden gemeenten gevormd, een vertaling van het Franse commune. Ootmarsum werd een zelfstandige gemeente. De allereerste burgemeester was Jan Willem Essink.

Amputaties in twee etappes

Direct in 1811 werd een groot agrarisch gebied afgesplitst: de gemeente Tubbergen werd gevormd. Ootmarsum hield het gebied van de latere gemeente Denekamp nog wel vast. In 1819 volgde de tweede klap: door de marken Nutter en Agelo af te scheiden ontstond de gemeente Denekamp. Ootmarsum bleef achter met slechts het vroegere stadswigbold van zo en 345 hectare, volledig omringd door Denekamp.

Een historische curiositeit: de Ootmarsumse notaris Hieronymus Pennink Hzn. werd op hoge leeftijd benoemd tot eerste schout van Denekamp. Hij bleef gewoon in Ootmarsum wonen en bestuurde zijn nieuwe gemeente vanuit zijn notariskantoor.

Klein maar eigenwijs

De gemeente Ootmarsum bleef een van de kleinste van Nederland. Het inwoneraantal schommelde van 1830 af ruim een eeuw lang tussen de 1.300 en 1.600 inwoners. Meer dan twee derde van de bevolking was katholiek, wat het stadje een eigen karakter gaf ten opzichte van de overwegend protestantse omgeving.

Ondertussen veranderde ook de rechtspraak. Ootmarsum werd hoofdplaats van een kanton binnen het arrondissement Twente. In het stadhuis hield het Vredegerecht zitting, later omgedoopt tot Kantongerecht Ootmarsum. De eerste vrederechter was Wennemar Hendrik Droeghoorn.

Twintigste eeuw: vasthouden aan zelfstandigheid

Door de twintigste eeuw heen bleef Ootmarsum haar zelfstandigheid koesteren. In een tijd van schaalvergroting en herindelingen wist het stadje lang stand te houden.

2001: het einde van een zelfstandige gemeente

Op 1 januari 2001 was het toch zover. Ootmarsum ging een fusie aan met Denekamp en Weerselo. Zo ontstond de gemeente Dinkelland. Het gemeentehuis in Ootmarsum sloot zijn deuren als bestuurscentrum.

Ootmarsum vandaag

De bestuurlijke zelfstandigheid is weg, maar de identiteit van Ootmarsum niet. Het stadje heeft zijn middeleeuwse straatpatroon, zijn Markt, zijn kunstenaarscultuur en zijn tradities als de Vloggelen intact gehouden. Wie vandaag door Ootmarsum loopt, loopt door een plek die twee eeuwen lang haar eigen bestuur voerde. Die geschiedenis merk je aan alles, ook als de gemeente zelf al lang niet meer bestaat.

Deel dit artikel